Provincie Flevoland
Opgraving N23

Kuilen en haardkuilen

11/10/2011 - Archeologen vinden bij een opgraving niet alleen voorwerpen, maar ook verkleuringen in de grond. Dit worden sporen genoemd. Bij de opgraving van vindplaats 5 zijn verspreid over het duin 791 sporen aangetroffen die door menselijke activiteit zijn ontstaan. Het aantal kan onderverdeeld worden naar 770 haardkuilen, 20 kuilen en één graf. Door deze sporen beter te bekijken en met elkaar te vergelijken, kan er meer gezegd worden over hoe intensief en gedurende welke periode(n) de vindplaats bewoond is geweest.

Kuilen

Van de kuilen die op vindplaats 5 gevonden zijn, is lastig te zeggen welke functie ze hebben gehad. Ze zijn verschillende van vorm en erg ondiep. Omdat één grotere kuil (lichtblauw in het kaartje) zeer rommelige kuil was, wordt gedacht dat dit een afvalkuil is geweest. De overige kuilen (de paarse vormen) bevatten te weinig houtskool om voor haardkuil door te gaan. Van een deel van de kuilen is de grond erin, de vulling, meegenomen voor nader onderzoek. Dit onderzoek naar de grotere resten in de vulling van de kuilen moet meer duidelijkheid geven over waar deze kuilen voor gebruikt zijn geweest.

Haardkuilen

Haardkuilen zijn kuilen die door mensen zijn gegraven om er vuur in te stoken. Anders dan bij een kampvuurtje geeft zo'n haard minder stralingswarmte af. Het hout werd in deze kuilen optimaal opgebrand. In haardkuilen vinden we dan ook vaak één of meerdere lagen houtskool. De 770 sporen die als haardkuil kunnen worden aangeduid, kunnen worden onderverdeeld in vier typen:

  1. eenvoudige kuilen met twee vullingen (rood in de afbeelding),
  2. rechtwandige kuilen met meer dan twee vullingen (de blauwe vormen),
  3. kleine kuilen met een rommelige vulling (groen), en
  4. sporen die nog wel als haardkuil herkenbaar zijn, maar waarover niets specifieks gezegd kan worden (geel in het kaartje).
Het eerste type is meestal rond of ovaal en is ook eerder aangetroffen bij opgravingen in de omgeving. Het tweede type varieert van rond tot rechthoekig en rommeliger qua vulling. Het derde type zijn kleinere sporen met eenzelfde soort rommelige vulling. De haardkuilen van dit laatste type worden niet door andere sporen doorsneden, maar oversnijden wel andere sporen. Hierdoor kan gezegd worden dat deze jonger zijn dan de kuilen van de andere types.

Graf

Aan de zuidkant van vindplaats 5 bevond zich een noord-zuid georiënteerde kuil. Hierin werd Michelle gevonden, het skelet van een vrouw die bij overlijden 25 tot 35 jaar oud moet zijn geweest. Momenteel wordt nog gewerkt aan de datering van het graf. Uit de sporenkaart (het graf is in grijs aangegeven) is wel af te leiden dat het graf de andere sporen oversnijdt. Het is dus jonger dan de sporen die eronder liggen. Analyse van het botmateriaal heeft tot nu toe te weinig opgeleverd. Momenteel wordt bekeken of de datering van houtskool uit de omliggende kuilen meer kan vertellen over in welke periode Michelle nu precies heeft geleefd. Houd deze website dus goed in de gaten, want het nieuws lees je hier als eerste!