Veelgestelde vragen
Staat DNA-onderzoek op het programa voor de gevonden botresten?
We gaan eerst proberen het skelet te dateren door middel van de AMS-methode of de C-14 methode. Uitgangspunt van de C-14 methode is het radioactieve verval van het koolstof-14 isotoop. Omdat C-14 een halfwaardetijd heeft van 5073 jaar,
kunnen archeologen meten hoeveel ervan over is in iets dat ooit leefde en zo berekenen hoeveel tijd er is verstreken sinds de dood ervan. AMS is een verfijning van de C-14 methode. Met behulp van een deeltjesversneller kan hierbij worden gemeten hoeveel koolstofatomen nog aanwezig zijn in het materiaal.
Mocht het materiaal van onvoldoende kwaliteit zijn om deze methoden te gebruiken, dan rest nog de OSL-methode. Hierbij wordt middels een ingewikkeld procede vastgesteld in welke periode het kwarts uit het zand in het graf voor het laatst in contact is geweest met licht. Zo kunnen we bepalen wanneer het graf is gegraven.
Afhankelijk van de ouderdom van het skelet en de kwaliteit van het botmateriaal, kunnen we bepalen of we een DNA-onderzoek op gaan starten. Hiervoor hebben we wel echt goed botmateriaal nodig. Of dat aanwezig is, moet nog blijken.
Welk jaargetijde verbleven de mensen op deze plaats?
Het is waarschijnlijk dat hier voornamelijk in het voorjaar en de zomer mensen naar toe zijn gekomen om te jagen en te verzamelen. Hoe lang ze hier bleven weten we ook niet, maar gezien de vele haardkuilen en de ernorme hoeveelheden vuursteen, zullen jagers/verzamelaars hier vaak teruggekomen zijn. Misschien is de vindplaats wel duizenden jaren in gebruik geweest als uitvalsbasis. Ook de datering van het vuursteen wijst hierop.
Gezien de vondst van het graf, moeten we er echter ook rekening mee houden dat hier misschien ook wel een meer permanente nederzetting is geweest. Duidelijke aanwijzingen, hebben we hier echter nog niet voor.
Waarom mogen bezoekers niet in de opgravingsput?
Allereerst omdat een opgravingsterrein een bouwterrein is, en de veiligheidseisen streng zijn. De archeologen weten precies wat ze wel en niet in zo'n werkput kunnen doen en dragen ook speciale kleding. Een tweede reden is dat bezoekers wellicht op vondsten of grondsporen kunnen gaan staan omdat zij deze niet herkennen. Dan gaan er voorwerpen en/of gegevens verloren die belangrijk kunnen zijn voor het onderzoek.
Is Swifterbant naar de cultuur genoemd of de cultuur naar Swifterbant?
De cultuur is vernoemd naar de plaats. De naam Swifterbant verwijst naar een gouw uit de vroege middeleeuwen, die ten noorden van de Veluwe gelegen heeft. Dit gebied is echter grotendeels in de golven van het latere Almere (meer) verdwenen.
Zijn de gevonden boomstammen allemaal eiken? Zijn ze versteend? En zijn er ook hazelnootstruiken gevonden (waar komen de hazelnootdoppen anders vandaan)?
Een paar van de boomstammen zijn van eik. Het landschap was verre van optimaal voor eik; het was eigenlijk te nat. Veel van het hout is dan ook van van els, es of berk. Hazelnoten werden verzameld uit de omgeving en bij het kamp opgegeten. Misschien stonden er wel hazelnootstruiken op het duin, maar dat hoeft dus niet per se.
Is het niet zo dat door de boringen de afgelopen maanden de opgravingsput archeologische vondsten zijn vernietigd. Was er geen andere methode voor het waterdicht maken van de de opgravingsput?
Goede vraag. Die heb ik mijzelf erg vaak gesteld. Uiteindelijk hebben we een specialist ingeschakeld om de onderzoeken hoe we de put van 6800 m2 droog konden krijgen. Bemalen bleek namelijk, ondanks de berekeningen, niet te lukken; de put werd niet droog tot ca. -9 meter NAP ofwel in Flevoland ca. -4,5 meter onder maaiveld. Uiteindelijk heeft de specialist aangegeven dat het beste resultaat verkregen kon worden door het aanbrengen van waterglas (een ondoordringbare laag in de ondergrond). Daarvoor moesten ca. 6000 boringen gezet worden binnen het gebied. In het gebied zaten al ca. 500 archeologische boringen. Formeel zijn dat dus verstoringen. Hoe erg deze verstoringen zouden zijn wist op voorhand eigenlijk niemand helemaal zeker. Er heeft immers nog nooit een opgraving plaatgevonden op deze manier. In de praktijk lijken de verstoringen echter mee te vallen. De opgraving ondervindt er vooralsnog geen grote hinder van.
Bij eerdere opgavingen nabij Swifterbant is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gesteld dat er overeenkomsten waren met de Vlaardingercultuur. Is dit nu ook een voortzetting hiervan?
Bij Swifterbant zijn inderdaad resten gevonden van de Vlaardingencultuur. We hebben het dan over resten van ca. 3000 jaar v. Chr. Nu zijn we resten aan het opgraven van ca. 7000 v. Chr! Gegevens uit deze periode zijn zeldzaam. Wat betreft conservering (afdekking door latere meer- en zeeafzettingen en de hoge grondwaterspiegel) is de vindplaats uniek. Veel organisch materiaal (hout, pollen en zaden) is bewaard gebleven. Hierdoor kunnen we het landschap reconstrueren waarin de mensen in die tijd hebben geleefd. Datering vindt plaats aan de hand van o.a. de gebruikte soorten vuursteen, de vormen van vuurstenen werktuigen (de ontwikkeling daarvan is bekend), een dateringsmethode die radioactieve koolstof meet (C14 methode), jaarringenonderzoek van hout en de volgorde van bodemlagen (stratigrafie), waarbij het bijna altijd zo is dat naarmate je dieper de bodem in gaat, de lagen -en de vondsten daarin- ouder zijn. Toch blijft het vaak lastig om de vondsten uit de verschillende perioden te onderscheiden.
Ik wil misschien archeoloog worden, waar kun je dat leren?
Surf eens naar de website van de Rijks Universiteit Groningen, Vrije Universiteit, Universiteit van Amsterdam, Universiteit Leiden of de Radboud Universiteit Nijmegen. Sinds een jaar of 4 is er ook een HBO-opleiding voor archeologisch onderzoeksassistent bij de Saxion-Hogeschool in Deventer.




